Tweetekenklanken: één klank, twee letters
In boek, muis en ijs hoor je één klank, maar je schrijft hem met twee letters. Kies een tweetekenklank, luister naar de woorden en oefen met de spelletjes.
Alle lijsten
- Lange klanken49 woordenmaan · raam · kaas · haan · taart · paard
- Woorden met oe39 woordenoever · oerwoud · oefenen · koe · moe · hoe
- Woorden met ie36 woordenfiets · wiel · riem · brief · dier · mier
- Woorden met eu38 woordenneus · deur · reus · leuk · kleur · geur
- Woorden met ui38 woordenui · uil · uit · uier · uitgang · uien
- Woorden met ei38 woordenei · eik · eiland · eigeel · eiwit · eieren
- Woorden met ij37 woordenijs · ijzer · ijsbeer · ijsbaan · ijskast · pijl
- Ei of ij40 woordenei · geit · trein · plein · klein · zeil
- Woorden met au36 woordenauto · augustus · autobus · augurk · automaat · autostoel
- Woorden met ou38 woordenoud · ouders · oudste · oudjaar · koud · goud
- Au of ou38 woordenauto · augustus · pauw · saus · blauw · gauw
- Woorden met ch39 woordennacht · acht · licht · lucht · zacht · kracht
- Woorden met sch38 woordenschaap · schaar · schat · schip · school · schoen
- Woorden met ng en nk38 woordenring · slang · tong · bang · lang · tang
- Eeuw, ieuw en uw37 woordeneeuw · leeuw · meeuw · sneeuw · spreeuw · geeuw
Woordenlijst: tweetekenklanken (22 woorden)
Tik op een woord om het te horen.
In klankgroepen: tweetekenklanken
Spel: luister en zoek
Luister naar een woord uit de lijst en zoek het tussen vier woorden die erop lijken. Acht rondes, ongeveer twee minuten.
Kort antwoord
Wat zijn tweetekenklanken?
Tweetekenklanken zijn klanken die je met twee letters schrijft, terwijl je maar één klank hoort. Voorbeelden zijn aa (maan), ee (peer), oo (boom), uu (vuur), oe (boek), ie (fiets), eu (neus), ui (muis), ei (geit), ij (ijs), ou (hout), au (pauw), ch (lach) en ng (ring). Kinderen leren ze in groep 3, na de korte klanken. Een kind moet de twee letters samen als één klank lezen: b-oe-k, niet b-o-e-k.
- Boek heeft vier letters, maar drie klanken: b, oe, k.
- Ei en ij klinken hetzelfde, net als au en ou; welke je schrijft, moet je onthouden.
- Aan het eind van een klankgroep schrijf je aa, ee, oo en uu met één letter: maan, ma-nen.
- Sommige klanken hebben zelfs drie of vier letters: sch in schip, eeuw in leeuw, ieuw in nieuw.
Als kinderen de korte klanken kennen, komen de tweetekenklanken. De moeilijkheid is dat ze twee letters zien maar één klank moeten zeggen: wie b-o-e-k leest, hoort geen boek. Daarom helpt het om de twee letters samen aan te wijzen of te kleuren. Begin met de lange klanken aa, ee, oo en uu, die lijken op de korte klank die je al kent. Daarna volgen oe, ie, eu en ui, en de klanken die hetzelfde klinken: ei en ij, au en ou.
Bij de medeklinkers zijn er ook klanken met meer letters: ch in lach, sch in schip en ng en nk in ring en bank. De langste klanken komen het laatst: eeuw, ieuw en uw, zoals in leeuw en nieuw. Elke lijst sorteert de woorden op plek in het woord of op klank, en zet ze in klankgroepen.
Voor kinderen met lees- en spellingproblemen zijn tweetekenklanken vaak een struikelblok. Klanken die op elkaar lijken worden verwisseld (eu, ui en uu; oe en ou; ie en ei), en bij ei/ij en au/ou helpt luisteren helemaal niet. Oefen daarom één klank tegelijk, laat het kind veel horen en lezen, en vergelijk pas daarna twee klanken met elkaar. Bij ei/ij en au/ou zijn er aparte oefeningen: ei of ij en au of ou.
Oefeningen: tweetekenklanken
Twee letters, één klank
Schrijf een woord uit de lijst groot op, bijvoorbeeld boek. Het kind legt een vinger onder elke klank: b, oe, k. Bij oe gaat de vinger onder twee letters tegelijk. Daarna leest het het woord in één keer.
Klankenkaartjes
Maak kaartjes met de tweetekenklanken van de week. Leg ze op tafel, zeg een woord uit een lijst en laat het kind het kaartje pakken met de klank die het hoort. Bij ei/ij en au/ou mogen beide kaartjes; kijk daarna samen in de lijst welke het is.
Veelgestelde vragen
Welke tweetekenklanken zijn er?
Bij de klinkers: aa, ee, oo, uu, oe, ie, eu, ui, ei, ij, ou en au. Bij de medeklinkers: ch, ng en nk. Daarnaast zijn er klanken met nog meer letters, zoals sch, eeuw en ieuw.
Wanneer leren kinderen tweetekenklanken?
In groep 3 (in Vlaanderen het eerste leerjaar), na de korte klanken. Meestal komen aa, ee, oo en oe als eerste, daarna ie, ij, ui, eu, ou, ei en au, en als laatste ch, sch, ng en nk. De precieze volgorde verschilt per leesmethode.
Wat is het verschil tussen ei en ij?
In de klank is er geen verschil: geit en tijd hebben dezelfde klank. Op school heet ei de korte ei en ij de lange ij, vanwege de vorm van de letters. Welke je schrijft, moet je per woord onthouden. Oefen het met ei of ij.
Is ui een tweetekenklank?
Ja. Je schrijft ui met twee letters en hoort één klank, zoals in muis, huis en tuin. Het is ook een tweeklank, omdat je mond tijdens het zeggen van stand verandert.
Hoe leer je tweetekenklanken makkelijk?
Eén klank per week, met korte woorden die het kind kent. Laat het kind de twee letters samen aanwijzen of kleuren, veel woorden horen en lezen, en het woord daarna zelf schrijven. Kort maar elke dag werkt beter dan lang en af en toe.
Kan ik de lijsten printen?
Ja. Op elke lijstpagina maakt de knop Werkblad printen een blad met de woordenlijst, tien woorden om over te schrijven en een vak voor naam en datum.