Naar de inhoud

Ei of ij? Oefenen met zinnen en woorden

Geit en tijger klinken met dezelfde klank, maar je schrijft ze anders. Lees de zinnen, kies ei of ij en leer met ezelsbruggetjes welke spelling bij welk woord hoort.

Oefening: kies de goede spelling

Lees de zin en kies wat er op de lege plek hoort. Je kunt de zin beluisteren: ei en ij (au en ou) klinken hetzelfde, dus luisteren helpt bij het lezen, niet bij het raden.

Woordenlijst: ei of ij (40 woorden)

Tik op een woord om het te horen.

Met ei

Met ij

In klankgroepen: ei of ij

Spel: luister en zoek

Luister naar een woord uit de lijst en zoek het tussen vier woorden die erop lijken. Acht rondes, ongeveer twee minuten.

Spel: bouw het woord met klankgroepen

Luister naar het woord en bouw het met de kaartjes. Zes rondes.

Kort antwoord

Hoe weet je of je ei of ij schrijft?

Horen kun je het niet: ei en ij klinken in het Nederlands hetzelfde. De meeste woorden zijn weetwoorden, die je onthoudt door ze vaak te lezen en te schrijven. Er zijn wel houvasten. Het achtervoegsel -heid schrijf je met ei, woorden op -ij voor een plek met ij (bakkerij), en woorden uit dezelfde familie houden hun spelling (reis en reizen, prijs en prijzen). Een ezelsbruggetje per woord helpt ook: de tijger heeft een lange staart, net als de lange ij.

  • ei en ij klinken hetzelfde; je moet de spelling per woord onthouden.
  • -heid altijd met ei; -lijk en plekken op -ij (boerderij) altijd met ij.
  • Sommige woorden betekenen iets anders met ei of ij: wei (weiland) en wij (jij en ik).
  • Oefen weinig woorden tegelijk, elke dag kort, en vergelijk pas daarna ei en ij.

Ei of ij is een van de bekendste spellingproblemen van het Nederlands, voor kinderen en volwassenen. De reden is simpel: de twee klanken zijn hetzelfde. Een kind kan dus niet op het gehoor schrijven, zoals bij kat of maan, maar moet weten hoe het woord eruitziet. Daarom heten ei- en ij-woorden op school weetwoorden. In de oefening op deze pagina leest het kind een zin, kiest het ei of ij en hoort het de zin daarna voorgelezen.

Er is geen regel die alle woorden verklaart, maar wel een paar houvasten. Het achtervoegsel -heid is altijd met ei (vrijheid, waarheid), -lijk altijd met ij (vrolijk), en plekken op -ij ook (bakkerij, boerderij). Woorden uit dezelfde familie houden hun spelling: reis en reizen, prijs en prijzen. Voor de rest werken ezelsbruggetjes het best: een zinnetje met veel ei-woorden (de kleine geit staat in de wei) of een beeld bij een ij-woord (de tijger met zijn lange staart). De volledige lijsten staan bij woorden met ei en woorden met ij.

Voor kinderen met lees- en spellingproblemen zijn weetwoorden extra lastig, omdat ze moeite hebben om het beeld van een woord te onthouden. Wat helpt: weinig woorden tegelijk, elke dag een paar minuten, en vaak herhalen. Begin met één spelling (bijvoorbeeld vijf ei-woorden) en zet de twee pas naast elkaar als die vastzitten. Blijft spellen ondanks veel oefenen erg moeilijk, dan kan de gratis test laten zien welke vaardigheid je het eerst kunt oefenen. Die test vervangt geen onderzoek door een gz-psycholoog of orthopedagoog.

Oefeningen: ei of ij

Twee bakjes

Schrijf woorden uit de lijst op kaartjes, maar laat de ei of ij weg: g__t, t__ger. Het kind legt elk kaartje in het bakje ei of het bakje ij en vult de letters in. Controleer samen met de lijst.

Het ezelsbruggetje van de week

Kies elke week drie woorden die het kind vaak fout schrijft en bedenk samen een ezelsbruggetje: een zinnetje, een tekening of een rijm. Hang het op een plek waar het kind het elke dag ziet.

Wei of wij?

Bespreek woorden die met ei en ij iets anders betekenen: wei (een weiland) en wij (jij en ik), mei (de maand) en mij. Het kind maakt bij elk woord een korte zin en tekent er iets bij.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen ei en ij?

In de klank is er geen verschil. Het verschil zit alleen in de spelling: ei heet op school de korte ei, ij de lange ij, naar de vorm van de letters. Welke je schrijft, moet je per woord onthouden.

Is er een regel voor ei of ij?

Niet één regel voor alle woorden. Wel vaste stukjes: -heid altijd met ei, -lijk en plekken op -ij (bakkerij) altijd met ij. Woorden uit dezelfde familie houden hun spelling. De rest zijn weetwoorden.

Welke ezelsbruggetjes zijn er voor ei en ij?

Een zinnetje met ei-woorden helpt veel kinderen, zoals: de kleine geit staat in de wei en de trein rijdt over het plein. Voor ij werkt een beeld: de tijger heeft een lange staart, net als de lange ij. Het beste ezelsbruggetje is er een dat het kind zelf heeft bedacht.

Hoe oefen je ei en ij met een kind?

Kort en vaak: elke dag een paar woorden lezen, afdekken en schrijven. Begin met één spelling, voeg de andere later toe, en oefen daarna in zinnen, zoals in de oefening op deze pagina.

Mijn kind haalt ei en ij steeds door elkaar. Is dat dyslexie?

Niet per se. Bijna alle kinderen maken in groep 4 en 5 nog ei/ij-fouten, en ook veel volwassenen twijfelen. Als lezen en spellen over de hele linie erg moeilijk blijven, ondanks veel oefenen, praat dan met de leerkracht. Of het om dyslexie gaat, kan alleen een gz-psycholoog of orthopedagoog vaststellen na onderzoek.

Kan ik de oefening printen?

Ja. Met de knop Werkblad printen krijg je een blad met de zinnen om in te vullen, de woordenlijst en de antwoorden onderaan voor de volwassene.