Naar de inhoud

Leren lezen: oefenen voor groep 3 met geluid

Kies een lijst, luister naar elk woord, lees het in klankgroepen en speel twee korte spelletjes. Met woorden die kinderen in groep 3 en 4 al kennen, van kat en maan tot olifant.

Alle lijsten

Woordenlijst: leren lezen (18 woorden)

Tik op een woord om het te horen.

In klankgroepen: leren lezen

Spel: luister en zoek

Luister naar een woord uit de lijst en zoek het tussen vier woorden die erop lijken. Acht rondes, ongeveer twee minuten.

Spel: bouw het woord met klankgroepen

Luister naar het woord en bouw het met de kaartjes. Zes rondes.

Kort antwoord

Hoe leert een kind in groep 3 lezen?

In groep 3 leert een kind eerst bij elke letter een klank: m, aa, s. Daarna leert het korte woorden hakken en plakken: het zegt k-a-t en plakt de klanken samen tot kat. Eerst zijn dat mkm-woorden zoals kip en maan, daarna woorden met meer medeklinkers zoals klok en kast, en tegen het einde van het jaar langere woorden in klankgroepen, zoals ta-fel en bak-ker. Met flitsen (een woord heel kort laten zien) gaat het lezen steeds sneller en vanzelf.

  • Een klank kan uit twee letters bestaan: aa, oe, ui en ij zijn elk één klank.
  • Hakken is een woord in klanken verdelen (v-i-s); plakken is de klanken weer samenvoegen (vis).
  • Een klankgroep (lettergreep) heeft altijd één klinker of tweetekenklank: ta-fel, bui-ten.
  • AVI-niveaus (AVI-Start, M3, E3, M4 …) geven aan hoe moeilijk een leestekst is; M is midden, E is eind van het schooljaar.

Het Nederlands is een vrij regelmatige taal om te leren lezen: de meeste letters en lettercombinaties klinken bijna altijd hetzelfde. Daarom beginnen leesmethodes in groep 3 (in Vlaanderen het eerste leerjaar) met de klanken en meteen met korte woorden. Een goede volgorde: eerst mkm-woorden met één korte klank (kip, pen), dan met een lange klank of tweetekenklank (maan, muis), dan woorden met twee medeklinkers vooraan of achteraan (klok, kast). Wie de klanken zelf nog oefent, begint bij klanken en tweetekenklanken.

Langere woorden lees je in stukjes. Op de pagina lettergrepen staat elk woord in klankgroepen, in twee kleuren, met de regel die kinderen in groep 3 en 4 leren: een open klankgroep heeft een lange klank (bo-men), een gesloten klankgroep een korte (bom-men). Rijmwoorden oefenen het luisteren naar klanken, en dat helpt bij leren lezen. En met het dictee gaat het de andere kant op: van klank naar letters.

Over AVI: scholen geven leesteksten en leesniveaus vaak een AVI-niveau, van AVI-Start via M3 en E3 tot AVI-Plus. Onze lijsten hebben bewust geen AVI-niveau: het zijn woordenlijsten, geen leesteksten. Systematisch oefenen met letters, klanken en klankgroepen is de aanpak met het meeste onderzoek achter zich voor kinderen die moeite hebben met lezen; vijf tot tien minuten per dag helpt meer dan een lange sessie in het weekend. Blijft lezen na een paar weken oefenen erg moeizaam, dan helpt de gratis dyslexietest om te zien wat je het eerst kunt oefenen. Die vervangt geen onderzoek door een deskundige.

Oefeningen: leren lezen

Elke dag één lijst, tien minuten

Kies één lijst per week. Op maandag luistert je kind naar alle woorden en leest ze mee in klankgroepen. De andere dagen speelt het de twee spelletjes en leest het vijf woorden hardop voor. Op vrijdag schrijft het drie woorden zonder te kijken.

Hakken en plakken met de hand

Zeg een woord in klanken: v-i-s. Bij elke klank steekt je kind een vinger op en plakt daarna het woord: vis. Draai het daarna om: jij zegt het woord, je kind hakt het. Begin met mkm-woorden en ga pas verder als dat makkelijk gaat.

Het werkblad op de koelkast

Print het werkblad van een lijst en hang het op de koelkast. Elke keer dat je kind een woord vlot leest, kleurt het een vakje. Zo ziet het zelf hoe het vooruitgaat.

Veelgestelde vragen

Hoe leert een kind lezen in groep 3?

Met klanken, hakken en plakken. Eerst leert het kind bij elke letter een klank, daarna voegt het klanken samen tot korte woorden (k-a-t wordt kat). Daarna komen woorden met meer medeklinkers, tweetekenklanken zoals ui en ij, en langere woorden in klankgroepen. Flitsen en veel herhalen maken het lezen sneller.

Wat kan ik thuis oefenen met mijn kind in groep 3?

Kort en vaak: elke dag vijf tot tien minuten. Laat je kind woorden van de lijst hardop lezen, hak en plak samen woorden, speel rijmspelletjes en lees samen een prentenboek. Volg de klanken die in de klas aan bod zijn; vraag de leerkracht welke dat zijn.

Wat betekent AVI-Start, M3 en E3?

AVI is een manier om aan te geven hoe moeilijk een leestekst is en op welk niveau een kind leest. AVI-Start is het begin, M3 hoort bij het midden van groep 3 en E3 bij het eind van groep 3; daarna volgen M4, E4 enzovoort tot AVI-Plus. School toetst het niveau; onze woordenlijsten hebben geen AVI-niveau.

Mijn kind leest letter voor letter. Is dat normaal?

Aan het begin van groep 3 wel: zo leert elk kind hakken en plakken. Door veel te oefenen met dezelfde woorden herkent het die steeds sneller. Leest je kind eind groep 3 nog bijna alle woorden letter voor letter, bespreek het dan met de leerkracht.

Zijn er gratis werkbladen voor groep 3?

Ja. Elke woordenlijst hier heeft een werkblad om te printen, met naam, datum, de woorden en ruimte om te schrijven. Je kunt het werkblad gebruiken naast de spelletjes, of als je kind liever met potlood en papier oefent.

Hoe weet ik of mijn kind dyslexie heeft?

Dat kan alleen een onderzoek door een gz-psycholoog of orthopedagoog vaststellen, vaak via school en de vergoede dyslexiezorg; daarna kan je kind een dyslexieverklaring krijgen. Vaak gaat er een periode van extra oefenen op school aan vooraf. Onze test en lijsten zijn bedoeld om te oefenen en te zien waar je kind staat, niet om dyslexie vast te stellen.