Klinkers: korte klanken, lange klanken en tweeklanken
Kat of kaas, pen of peer: een klinker kan kort of lang klinken. Luister naar elk woord, vergelijk de korte en de lange klanken en lees de woorden in klankgroepen.
Woordenlijst: klinkers (57 woorden)
Tik op een woord om het te horen.
Korte klanken: a, e, i, o, u
Lange klanken: aa, ee, oo, uu
Klinkerklanken: oe, ie, eu
Tweeklanken: ei, ij, ui, ou, au
In klankgroepen: klinkers
Spel: luister en zoek
Luister naar een woord uit de lijst en zoek het tussen vier woorden die erop lijken. Acht rondes, ongeveer twee minuten.
Spel: bouw het woord met klankgroepen
Luister naar het woord en bouw het met de kaartjes. Zes rondes.
Kort antwoord
Wat zijn klinkers?
Klinkers zijn de klanken waarbij de lucht vrij door je mond gaat. In het Nederlands zijn dat de korte klanken a, e, i, o en u (kat, pen, vis, pop, bus), de lange klanken aa, ee, oo en uu (maan, peer, boom, vuur) en de klinkerklanken oe, ie en eu. Daarnaast zijn er de tweeklanken ei, ij, ui, ou en au, zoals in geit, ijs, muis, hout en pauw. Elke klankgroep heeft precies één klinkerklank.
- Korte klanken: a, e, i, o, u, zoals in kat, pen, vis, pop en bus.
- Lange klanken: aa, ee, oo, uu; aan het eind van een klankgroep schrijf je ze met één letter: maan, ma-nen.
- Tweeklanken: ei en ij klinken hetzelfde, net als au en ou.
- In een woord als kikker of emmer klinkt de tweede e zwak, als een korte 'u'; die klank heet de stomme e.
Het eerste wat een kind over klinkers leert, is het verschil tussen kort en lang: man en maan, pen en peen, bos en boos. In een korte klankgroep die eindigt op een medeklinker schrijf je een lange klank met twee letters (maan, boom). Eindigt de klankgroep op de klinker zelf, dan is één letter genoeg en klinkt hij toch lang: ma-nen, bo-men, ta-fel. Wil je een korte klank houden, dan verdubbel je de medeklinker: kat-ten, bom-men. Meer daarover staat bij de lange klanken.
De andere klinkerklanken hebben twee letters: oe, ie, eu, ui, en de tweeklanken ei, ij, ou en au. Ze staan allemaal op de pagina tweetekenklanken. Twee paren klinken precies hetzelfde: ei en ij, au en ou. Daar helpt luisteren dus niet en moet een kind de schrijfwijze onthouden. Daarvoor zijn de oefeningen ei of ij en au of ou.
Kinderen met lees- en spellingproblemen verwisselen vaak klanken die op elkaar lijken: kort en lang (man en maan), eu, ui en uu (neus, nuis, nuus), ie en ei. Het helpt om twee woorden naast elkaar te zeggen, goed naar de mond te kijken en het verschil te overdrijven. Lees daarna de woorden in klankgroepen: elke klankgroep heeft één klinkerklank, en wie die klinker goed leest, leest het woord meestal ook goed.
Zinnen om te lezen: klinkers
- De kat zit op het raam.
- Ik eet kaas met boter.
- De boot vaart op het meer.
- Het boek ligt op de stoel.
- In de tuin zit een muis.
- De ezel eet een appel.
- Mijn fiets staat bij de deur.
- De geit loopt naar het hout.
Oefeningen: klinkers
Kort of lang?
Zeg een woord uit de lijst. Hoort het kind een korte klank (kat, pen), dan maakt het zich klein; hoort het een lange klank (maan, peer), dan rekt het zich lang uit. Daarna zoekt het kind het woord op en kijkt of er één of twee klinkerletters staan.
Van kort naar lang
Schrijf man, pen, bos en rok op. Het kind maakt er een lange klank van door de klinker te verdubbelen: maan, peen, boos, rook. Lees beide woorden hardop en praat over wat er verandert.
Klinkers kleuren
Het kind schrijft vijf woorden uit de lijst over en kleurt de klinkerletters rood. Bij tweetekenklanken als oe en ui kleurt het beide letters, want samen zijn ze één klank. Tel daarna de klankgroepen: elke klankgroep heeft één rode klank.
Veelgestelde vragen
Welke letters zijn klinkers?
De a, e, i, o en u. Met twee letters schrijf je de lange klanken aa, ee, oo en uu en de klinkerklanken oe, ie, eu, ui, ei, ij, ou en au. De y telt soms mee, zoals in baby, maar komt in woorden voor jonge kinderen weinig voor.
Wat is het verschil tussen een korte en een lange klank?
Een korte klank zeg je snel en kort, zoals de a in kat. Een lange klank houd je langer aan, zoals de aa in maan. Soms verandert de betekenis helemaal: man en maan, bos en boos.
Waarom schrijf je manen met één a?
Omdat de klankgroep ma eindigt op de klinker. Aan het eind van een klankgroep klinkt één a al lang, dus is één letter genoeg: maan, ma-nen. Dat heet een open klankgroep. In kat-ten is de klankgroep gesloten en blijft de a kort.
Wat zijn tweeklanken?
Klanken waarbij je mond tijdens het zeggen van stand verandert: ei en ij, ui, ou en au. Ei en ij klinken hetzelfde, au en ou ook. Bij oe, ie en eu verandert je mond niet; dat zijn geen tweeklanken, maar wel tweetekenklanken.
Hoeveel klinkers zitten er in een woord?
Elke klankgroep heeft één klinkerklank. Kat heeft er één, ta-fel twee, o-li-fant drie. Zo kun je met klinkers ook tellen uit hoeveel klankgroepen een woord bestaat.
Verder oefenen
- Medeklinkersmaan · mes · neus · nest · lam · lamp
- Lange klankenmaan · raam · kaas · haan · taart · paard
- Tweetekenklankenmaan · peer · boom · vuur · boek · fiets
- Lettergrepenkat · maan · boom · huis · fiets · schip
- Mkm-woordenkat · kip · pen · mok · bus · vis
- Alfabetaap · appel · eend · ezel · iglo · insect