Dictee groep 4: tien zinnen met geluid
De hond zit in de tuin, de bomen zijn hoog: tien korte zinnen met de spelling van groep 4. Oefen eerst de woorden en schrijf dan elke zin op.
Dictee met geluid
Luister, schrijf en controleer: goede woorden worden groen, fouten rood. Je kunt zo vaak luisteren als je wilt.
Tekst van het dictee (voor de volwassene)
- De hond zit in de tuin.
- Sam leest een boek op de bank.
- De bomen zijn hoog.
- Mijn opa is bakker.
- De kikker zwemt in de sloot.
- Wij eten een ijsje.
- Een klein paard eet gras.
- De geit loopt in de wei.
- Het is koud buiten.
- Lisa heeft een blauwe jas.
Dictee
Woordenlijst: dictee groep 4 (27 woorden)
Tik op een woord om het te horen.
Met ei of ij
Met au of ou
Lange klank in een open klankgroep
Dubbele medeklinker
Een d aan het eind
Andere woorden
In klankgroepen: dictee groep 4
Spel: luister en zoek
Luister naar een woord uit de lijst en zoek het tussen vier woorden die erop lijken. Acht rondes, ongeveer twee minuten.
Spel: bouw het woord met klankgroepen
Luister naar het woord en bouw het met de kaartjes. Zes rondes.
Kort antwoord
Wat oefen je in een dictee van groep 4?
In groep 4 bestaat een dictee uit korte zinnen van vier tot zeven woorden. Het kind past de eerste spellingregels toe: ei of ij en au of ou (die je niet kunt horen, dus die moet je onthouden), één klinker in een open klankgroep (bomen, opa), een dubbele medeklinker na een korte klank (bakker, kikker) en een d aan het eind die als t klinkt (hond, paard). Daarnaast leert het een zin nalezen en elke regel bewust te controleren.
- Ei en ij klinken hetzelfde, net als au en ou; welke je schrijft, leer je per woord.
- Na een korte klank in een woord van twee klankgroepen verdubbel je de medeklinker: bak-ker.
- In een open klankgroep schrijf je een lange klank met één letter: bo-men, o-pa.
- Een d aan het eind klinkt als t; je hoort de d als je het woord langer maakt: hond, honden.
Het dictee van groep 4 heeft drie soorten moeilijkheden. Eerst de klanken die je op twee manieren kunt schrijven: ei of ij (klein, mijn) en au of ou (blauwe, koud). Die hoor je niet; je moet het woord kennen. Dan de regels van de klankgroepen: bomen met één o, want bo is een open klankgroep, en bakker met twee k's, want de a is kort. Uitleg en oefenwoorden staan bij lettergrepen. En tot slot de d aan het eind van hond en paard, die je als t hoort.
Voor de d of t aan het eind is er een trucje dat kinderen in groep 4 leren: maak het woord langer. Hond wordt honden, en daar hoor je een d. Paard wordt paarden. Bij ei en ij werkt geen trucje; daar helpt alleen oefenen met dezelfde woorden. Zet een paar ij-woorden en ei-woorden apart en leer ze als twee groepjes.
Laat je kind voor het dictee de woorden om te oefenen beluisteren en lezen, en speel het spel met klankgroepen met de langere woorden (buiten, blauwe, bakker). Gaan dezelfde regels week na week fout, oefen dan eerst die ene regel, bijvoorbeeld met de lijsten woorden met ei en woorden met ij.
Oefeningen: dictee groep 4
Maak het woord langer
Schrijf hond, paard, bed en hoed op, maar laat de laatste letter weg. Je kind maakt het woord langer (honden, paarden, bedden, hoeden), hoort wat er komt, en vult de d in. Doe daarna hetzelfde met woorden op t, zoals pet en boot.
Ei en ij in twee kolommen
Teken twee kolommen: ei en ij. Je kind sorteert de woorden van het dictee: klein, geit en wei bij ei; mijn, wij, zijn en ijsje bij ij. Hang het blad op en voeg elke week een paar woorden toe.
Elke dag één zin
Dicteer elke dag één zin van de lijst, die je kind de dag ervoor heeft geoefend. Na tien dagen is het hele dictee gedaan, zonder vermoeidheid. Op het eind schrijft het de drie zinnen die het moeilijkst waren nog een keer.
Veelgestelde vragen
Hoe lang is een dictee in groep 4?
Daar is geen vaste regel voor. Een dictee in groep 4 heeft vaak vijf tot tien korte zinnen. Deze pagina heeft tien zinnen van vier tot zeven woorden; je kunt ze in één keer doen of over een paar dagen verdelen.
Wat zijn de spellingregels van groep 4?
De belangrijkste zijn: ei of ij, au of ou, een d of t aan het eind, één klinker in een open klankgroep (bomen) en een dubbele medeklinker na een korte klank (bakker). Ook woorden met eeuw, ieuw en uw komen vaak in groep 4 of 5.
Hoe weet je of je hond met d of t schrijft?
Maak het woord langer: hond wordt honden. Hoor je dan een d, dan schrijf je ook in hond een d. Bij pet wordt het petten, dus een t.
Wanneer schrijf je bakker met twee k's?
Als de klank voor de k kort is en het woord twee klankgroepen heeft. Bak-ker: de a is kort, dus de eerste klankgroep moet gesloten zijn, en daarvoor heb je twee k's nodig. Bij ba-ken is de a lang en schrijf je één k.
Waarom schrijft mijn kind 'boomen' in plaats van bomen?
Omdat het een lange oo hoort en boom kent. De regel dat je in een open klankgroep één o schrijft (bo-men), is voor veel kinderen in groep 4 nieuw. Laat het woord in klankgroepen verdelen: eindigt de klankgroep op een klinker, dan is één o genoeg.
Hoe maak ik een dictee in groep 4 thuis?
Laat de woorden een paar dagen eerder oefenen. Lees elke zin twee keer helemaal voor en daarna in stukjes. Laat je kind nalezen met een vraag per regel: ei of ij? Kort of lang? Wat hoor ik als ik het woord langer maak?