Naar de inhoud

Klinkers en medeklinkers: alle klanken op een rij

Kies een klank, luister naar elk woord, zie de klankgroepen in twee kleuren en speel twee korte spelletjes. Met woorden die kinderen in groep 3 tot 5 kennen.

Alle lijsten

Woordenlijst: klanken (20 woorden)

Tik op een woord om het te horen.

In klankgroepen: klanken

Spel: luister en zoek

Luister naar een woord uit de lijst en zoek het tussen vier woorden die erop lijken. Acht rondes, ongeveer twee minuten.

Kort antwoord

Wat is het verschil tussen een klank en een letter?

Een letter zie je, een klank hoor je. Vaak hoort bij één klank één letter, zoals bij de k, de a en de t van kat. Maar soms schrijf je één klank met twee letters: in maan hoor je drie klanken (m, aa, n) en zie je vier letters. Zulke klanken heten tweetekenklanken, zoals aa, oe, ui en ij. Bij het leren lezen koppelt een kind elke klank aan zijn letter of letters, en plakt het die klanken daarna aan elkaar tot een woord: m-aa-n, maan.

  • Klinkers zijn a, e, i, o en u, met hun lange vormen aa, ee, oo en uu; daarnaast zijn er klinkerklanken van twee letters, zoals oe, ie, eu, ui, ei, ij, ou en au.
  • Alle andere letters zijn medeklinkers, zoals m, s, k, t, p, r en n.
  • Een tweetekenklank is één klank die je met twee letters schrijft: boek heeft vier letters en drie klanken.
  • Elke klankgroep heeft één klinkerklank: ta-fel heeft twee klankgroepen, o-li-fant drie.

Op deze pagina's staan woordenlijsten per klank, met woorden die kinderen in groep 3, 4 en 5 al kennen en zelf gebruiken (in Vlaanderen: vanaf het eerste leerjaar). Elk woord is in klankgroepen gehakt en in twee kleuren gezet, zoals op het bord in de klas. Het kind leest eerst de klankgroep en dan het hele woord. Achter elk woord zit geluid, dus het kind kan steeds controleren of het goed gelezen heeft.

Een volgorde die goed werkt: eerst de korte klinkers a, e, i, o en u in korte woorden als kat, pen en vis, samen met de medeklinkers die je lang kunt aanhouden, zoals m, s, r en n. Dan de lange klanken aa, ee, oo en uu, daarna oe, ie, eu en ui en de klanken die hetzelfde klinken: ei en ij, au en ou. Als laatste komen ch, sch, ng en nk en de klankgroepen van langere woorden. Wie net begint, oefent eerst met mkm-woorden.

Elke dag een paar minuten oefenen met letters, klanken en klankgroepen is de aanpak met de beste onderbouwing voor kinderen die moeite hebben met lezen, en het Nederlands is daar een vrij regelmatige taal voor. Vijf tot tien minuten per dag levert meer op dan één lange keer in het weekend. Blijft lezen na een paar weken oefenen erg moeizaam, dan helpt de gratis dyslexietest om te zien welke vaardigheid je het eerst kunt oefenen. Die test vervangt geen onderzoek door een specialist.

Oefeningen: klanken

Eén klank per week

Kies een lijst, lees elke dag een paar woorden hardop en speel de twee spelletjes op de pagina. Print op vrijdag het werkblad en kijk welke woorden het kind al zelf leest en schrijft. De week erna komt er een nieuwe klank bij en herhaal je de oude kort.

Klankjacht in huis

Zoek met de klank van de week dingen in huis: bij oe bijvoorbeeld boek, stoel, schoen en doek. Het kind zegt het woord langzaam, klapt bij elke klankgroep en zoekt het daarna op in de lijst.

Zelfde klank, andere letters

Kent het kind een lijst goed, vergelijk hem dan met een lijst die hetzelfde klinkt: woorden met ei en woorden met ij, of au en ou. Lees beide lijsten en let op hoe een woord geschreven wordt, niet alleen hoe het klinkt.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een klinker en een medeklinker?

Bij een klinker stroomt de lucht vrij door je mond: a, e, i, o, u en hun lange vormen. Bij een medeklinker houden je lippen, tanden of tong de lucht even tegen, zoals bij p, t, k, s en m. Elk woord en elke klankgroep heeft minstens één klinkerklank.

Welke klinkers zijn er in het Nederlands?

De korte klanken a, e, i, o en u, de lange klanken aa, ee, oo en uu en de klinkerklanken van twee letters oe, ie, eu, ui, ei, ij, ou en au. Op de pagina klinkers staan van elke groep voorbeelden met geluid.

In welke volgorde leer je de klanken?

De meeste leesmethodes voor groep 3 beginnen met korte klanken en medeklinkers die je lang kunt aanhouden, zoals i, k, m, s, aa en r, zodat een kind snel woorden als kip, maan en raam kan lezen. Daarna volgen de andere tweetekenklanken. Klanken als ch, sch, ng, nk, eeuw en ieuw komen later.

Wat zijn tweetekenklanken?

Klanken die je met twee letters schrijft, zoals aa, ee, oo, uu, oe, ie, eu, ui, ei, ij, ou, au, ch en ng. Je hoort één klank, maar je ziet twee letters. Alle lijsten staan op de pagina tweetekenklanken.

Zijn de lijsten geschikt voor kinderen met dyslexie?

Ja, als oefening: luisteren, lezen in klankgroepen en veel herhalen helpt elk kind bij het leren lezen, en kinderen met lees- en spellingproblemen in het bijzonder. Of een kind dyslexie heeft, stelt alleen een gz-psycholoog of orthopedagoog vast na onderzoek; daarna kan een kind een dyslexieverklaring krijgen. Blijven lezen en spellen lang erg moeilijk, praat dan met de leerkracht.

Kan ik de woordenlijsten printen?

Ja. De knop Werkblad printen maakt op elke pagina een blad met een vak voor naam en datum, de hele woordenlijst en tien woorden om over te schrijven, met een hokje om af te vinken.