Begrijpend lezen groep 5: teksten met vragen
Een kwijtgeraakte sleutel, een vleermuis die met zijn oren ziet, eb en vloed: vijf teksten van zeven of acht zinnen. Lees de tekst, beantwoord de vier vragen en zoek steeds de zin die het bewijst.
Teksten om te lezen en te begrijpen
Lees de tekst hardop of luister zin voor zin, en beantwoord de vragen. Met de stopwatch zie je hoeveel woorden per minuut je kind leest, om week na week te vergelijken.
De kwijtgeraakte sleutel
Na school wil Emma de voordeur openmaken. Ze voelt in haar jaszak, maar de sleutel is weg. Haar hart klopt snel, want mama is nog aan het werk. Ze denkt rustig na over waar ze vandaag is geweest. Dan loopt ze terug naar het speelplein bij school. Onder de glijbaan ziet ze iets glimmen in het zand. Het is haar sleutel, aan de rode sleutelhanger! Thuis hangt ze hem meteen aan het haakje bij de deur.
76 woorden
Vragen
Wat is Emma kwijt?
Waar vindt ze de sleutel?
Waarom klopt haar hart snel?
Wat betekent glimmen in deze tekst?
De vleermuis
Een vleermuis is een zoogdier dat kan vliegen. Overdag slaapt hij ondersteboven, hangend aan zijn pootjes. Hij hangt op een donkere plek, zoals een zolder of een grot. Als het donker wordt, gaat hij op jacht naar insecten. Hij zoekt zijn eten niet met zijn ogen, maar met zijn oren. Hij maakt hoge geluidjes die tegen dingen terugkaatsen. Aan die echo hoort hij waar een mug vliegt. In de winter houdt de vleermuis een lange winterslaap.
76 woorden
Vragen
Hoe slaapt een vleermuis?
Wanneer gaat de vleermuis op jacht?
Hoe vindt hij een mug?
Wat betekent terugkaatsen?
Een vogelhuisje van een melkpak
Spoel een leeg melkpak goed om met water. Vraag een volwassene om een rond gat in de voorkant te knippen. Prik onder het gat een klein gaatje. Steek daar een stokje door, dan kan de vogel erop zitten. Doe een handje zaadjes onder in het pak. Maak een touwtje vast aan de bovenkant. Hang het huisje op een rustige plek in een boom.
63 woorden
Vragen
Wat doe je eerst?
Waarvoor is het stokje?
Waarom hang je het huisje op een rustige plek?
Wat betekent omspoelen?
Het nieuwe meisje
Op maandag staat er een nieuw meisje naast de juf. Ze heet Mila en ze komt uit een ander land. Ze spreekt nog maar een paar woorden Nederlands. In de pauze staat ze alleen bij het hek. Tim loopt naar haar toe met een springtouw. Hij laat zien hoe het spel gaat, zonder veel te praten. Al snel springen ze samen en lachen ze hardop. Na een week kent Mila al tien nieuwe woorden van Tim.
76 woorden
Vragen
Waar komt Mila vandaan?
Wat neemt Tim mee?
Hoe voelt Mila zich in de eerste pauze, denk je?
Wat betekent hardop lachen?
Eb en vloed
Aan de kust gaat het water van de zee elke dag omhoog en omlaag. Als het water hoog staat, heet dat vloed. Als het water laag staat, heet dat eb. Bij eb kun je op sommige plekken over de bodem van de zee lopen. Dat heet wadlopen, en je doet het alleen met een gids. Op de natte bodem leven wormen, schelpdieren en kleine krabben. Veel vogels komen daar bij eb hun eten zoeken.
74 woorden
Vragen
Hoe heet het als het water hoog staat?
Wat leeft er op de natte bodem?
Waarom komen veel vogels bij eb naar de bodem?
Wat betekent kust in deze tekst?
Kort antwoord
Wat leert een kind bij begrijpend lezen in groep 5?
In groep 5 leest een kind langere teksten en vooral meer zakelijke teksten: teksten die iets uitleggen over dieren, natuur of hoe iets werkt. Het leert de hoofdzaak van een tekst te vinden, twee stukjes informatie te combineren om een waarom-vraag te beantwoorden, en de betekenis van een onbekend woord af te leiden uit de zin eromheen. Ook leert het het verschil tussen een verhaal, een informatieve tekst en een instructie. Bij elk antwoord hoort het kind te kunnen zeggen waar het in de tekst staat.
- In groep 5 lezen kinderen steeds vaker zakelijke teksten, niet alleen verhalen.
- De betekenis van een nieuw woord kun je vaak afleiden uit de zin of de zinnen eromheen.
- Een tekst begrijpen vraagt vlot lezen Γ©n taalbegrip; woordenschat speelt daarin een grote rol.
- Een kind dat nog langzaam leest, kan een tekst beter begrijpen als het hem eerst hoort.
De vijf teksten op deze pagina hebben zeven of acht zinnen: twee verhalen, twee zakelijke teksten over de vleermuis en over eb en vloed, en een instructie voor een vogelhuisje. Bij elke tekst horen vier vragen: een vraag waarvan het antwoord letterlijk in de tekst staat, een waarom-vraag of een vraag over gevoelens, en een vraag over de betekenis van een woord, zoals terugkaatsen of omspoelen. Die woordvraag oefent iets wat je kind steeds vaker zelf moet doen: een onbekend woord begrijpen uit de zin eromheen.
Voor het lezen: bekijk de titel en vraag wat je kind al weet. Wat weet je over vleermuizen? Tijdens het lezen: laat je kind bij een moeilijk woord even stoppen en raden wat het betekent. Na het lezen: laat het in een zin zeggen waar de tekst over gaat, en dan de vragen maken, met de vinger bij de zin die het antwoord geeft. Bij zakelijke teksten helpt het om na elke zin te vragen: wat weten we nu?
Leest je kind nog langzaam of met veel moeite, laat de tekst dan eerst voorlezen met de knop. Zo kan het oefenen met begrijpen, ook als het lezen zelf nog lastig is. Luisteren leert het lezen van woorden niet; dat blijft oefenen, bijvoorbeeld met lettergrepen en het dictee groep 5. Kortere teksten staan bij groep 4.
Oefeningen: groep 5
De hoofdzaak in een zin
Laat je kind na het lezen in een zin zeggen waar de tekst over gaat. Bij de vleermuis: een vleermuis jaagt in het donker en vindt insecten met zijn oren. Dat is moeilijker dan het lijkt, en het is de kern van begrijpend lezen.
Woordspeurder
Kies een moeilijk woord uit de tekst. Je kind leest de zin ervoor en erna en raadt de betekenis. Daarna zoeken jullie samen op of het klopt. Zo leert het dat de tekst zelf vaak al de uitleg geeft.
Van tekst naar schema
Maak bij een zakelijke tekst samen een klein schema: bij eb en vloed twee vakjes met hoog water en laag water. Een tekst omzetten in een schema laat zien of je kind de informatie echt begrijpt.
Veelgestelde vragen
Wat is een zakelijke tekst?
Een tekst die informatie geeft of iets uitlegt, bijvoorbeeld over een dier, de natuur of hoe je iets maakt. In tegenstelling tot een verhaal is er geen hoofdpersoon die iets beleeft. In groep 5 lezen kinderen er steeds meer van.
Hoe leer je een kind de betekenis van een woord afleiden?
Laat het de zin met het woord en de zin ervoor en erna opnieuw lezen en vraag: wat zou het kunnen betekenen? Vaak staat er een uitleg of een voorbeeld vlakbij. Controleer daarna samen. Hoe vaker je dit doet, hoe beter je kind het zelf leert.
Mijn kind haalt lage scores voor begrijpend lezen. Wat kan ik doen?
Kijk eerst of het technisch lezen vlot gaat: kost elk woord veel moeite, dan blijft er weinig aandacht over voor de inhoud. Lees daarnaast veel voor en praat over teksten, want woordenschat is belangrijk voor begrijpen. Bespreek met de leerkracht waar het precies misgaat.
Hoe vaak oefen je begrijpend lezen thuis in groep 5?
Twee of drie teksten per week is genoeg naast school. Liever een tekst die je samen echt bespreekt dan veel teksten die snel worden afgewerkt.
Helpt voorlezen bij begrijpend lezen?
Ja. Door voor te lezen uit boeken die je kind zelf nog niet kan lezen, leert het nieuwe woorden en zinnen, en dat helpt bij het begrijpen van teksten. Voor een kind met leesproblemen is luisteren ook een manier om met teksten bezig te blijven.
Zijn de teksten geschikt voor kinderen met dyslexie?
Ja. De teksten zijn kort, de letters zijn groot en elke zin kan worden voorgelezen. Zo kan je kind oefenen met begrijpen terwijl het lezen nog moeite kost. Het oefenen van het lezen zelf blijft daarnaast nodig.
Verder oefenen
- Groep 4Daan gaat zwemmen Β· De eekhoorn Β· Een fruitspies maken
- Lettergrepenkat Β· maan Β· boom Β· huis Β· fiets Β· schip
- Dictee groep 5meisje Β· poppetje Β· glaasje Β· nestje Β· zusje Β· gezellig
- Tweetekenklankenmaan Β· peer Β· boom Β· vuur Β· boek Β· fiets
- RaadselsRaadsel een Β· Raadsel twee Β· Raadsel drie