Naar de inhoud

Woorden met ch voor kinderen

Lach, nacht, licht en kachel: in al deze woorden hoor je de ch. Luister naar elk woord, lees het in klankgroepen en ontdek waarom de ch en de g hetzelfde klinken.

Woordenlijst: woorden met ch (39 woorden)

Tik op een woord om het te horen.

Woorden op -cht

ch in een langer woord

ch achteraan

In klankgroepen: woorden met ch

Spel: luister en zoek

Luister naar een woord uit de lijst en zoek het tussen vier woorden die erop lijken. Acht rondes, ongeveer twee minuten.

Spel: bouw het woord met klankgroepen

Luister naar het woord en bouw het met de kaartjes. Zes rondes.

Kort antwoord

Welke woorden hebben een ch?

Woorden met ch voor kinderen zijn bijvoorbeeld lach, nacht, acht, licht, lucht, zacht, gezicht, kachel, lachen, juichen, dochter, ochtend en achtbaan. De c en de h staan samen voor één klank, die je achter in je keel maakt. De ch klinkt precies hetzelfde als de g: licht en ligt klinken hetzelfde. De ch komt het meest voor voor een t (nacht, licht) en in het midden van een woord (lachen). Bij het hakken blijft ch bij elkaar: la-chen, ka-chel.

  • ch is één klank, geschreven met twee letters.
  • ch en g klinken in het Nederlands hetzelfde: licht en ligt.
  • De ch staat heel vaak voor een t: acht, nacht, licht, zacht, gezicht.
  • Aan het begin van een woord klinkt ch in leenwoorden vaak anders, zoals sj in chocolade.

De ch is één klank die je met twee letters schrijft. Je maakt hem achter in je keel, een beetje schurend. Kinderen kennen de klank al goed, want hij is precies hetzelfde als de g: de g in geit en de ch in lach klinken in het Nederlands gelijk. Dat maakt het lezen makkelijk en het schrijven moeilijk. Licht (van een lamp) en ligt (van liggen) klinken bijvoorbeeld hetzelfde.

Een paar houvasten. De ch staat heel vaak vlak voor een t: acht, nacht, licht, lucht, zacht, gezicht. Aan het eind van een woord staat vaker een g: dag, berg, vlag, oog. Daar helpt de verlengregel: maak het woord langer en luister. Dagen en bergen laten een g horen; bij lachen hoor je de ch. Bij het hakken blijft ch bij elkaar en gaat hij naar de volgende klankgroep: la-chen, ka-chel, jui-chen. Meer over de g en de andere medeklinkers staat bij medeklinkers.

Kinderen met lees- en spellingproblemen verwarren ch nog weleens met sch (lachen en laschen), en schrijven aan het eind van een woord vaak ch waar een g hoort (dach in plaats van dag). Het helpt om bij elk woord de verlengregel hardop te doen. Aan het begin van een woord komt ch bijna alleen voor in woorden uit andere talen, zoals chocolade en chauffeur, en daar klinkt het als sj; die woorden staan daarom niet in deze lijst. Zie ook tweetekenklanken.

Zinnen om te lezen: woorden met ch

  1. In de nacht is het donker.
  2. De lamp geeft licht.
  3. Mijn dochter moet lachen.
  4. De kachel is lekker warm.
  5. In de ochtend zingt de nachtegaal.
  6. We wachten op de achtbaan.
  7. De luchtballon vliegt in de lucht.

Oefeningen: woorden met ch

Ch of g?

Zeg dag, lach, berg en nacht. Het kind maakt elk woord langer (dagen, lachen, bergen, nachten) en luistert: hoor je dezelfde klank? Schrijf beide woorden op en kleur de ch rood en de g blauw.

Acht met -cht

Zoek samen acht woorden die eindigen op -cht: nacht, licht, zacht, lucht en nog vier uit de lijst. Het kind schrijft ze op en onderstreept steeds de ch en de t.

Lachen en juichen

Zeg een woord uit de lijst. Hoort het kind ch in het midden (lachen, juichen), dan juicht het; staat ch voor een t aan het eind (nacht), dan doet het alsof het slaapt. Daarna zoekt het het woord in de lijst.

Veelgestelde vragen

Welke woorden hebben een ch?

Bijvoorbeeld lach, nacht, acht, licht, lucht, zacht, kracht, gezicht, kachel, lachen, juichen, dochter, ochtend, achtbaan en luchtballon. De lijst op deze pagina heeft 39 woorden met geluid.

Klinken ch en g hetzelfde?

Ja. In het Nederlands is er geen verschil tussen de klank van ch en g. Daarom kun je aan het eind van een woord niet horen of je dag of dach schrijft. Maak het woord langer: dagen, dus dag.

Welke woorden beginnen met ch?

Bijna alleen woorden uit andere talen, en daar klinkt ch vaak als sj: chocolade, chauffeur, champignon. Gewone Nederlandse woorden met de ch-klank aan het begin schrijf je met g: geit, gras, goud.

Hoe hak je woorden met ch?

De ch blijft bij elkaar. Staat ch tussen twee klinkers, dan gaat hij naar de volgende klankgroep: la-chen, ka-chel. Staat er nog een medeklinker achter, dan blijft de ch achter: ach-ter, doch-ter.

Wat is het verschil tussen licht en ligt?

Ze klinken hetzelfde, maar betekenen iets anders. Licht is wat een lamp geeft. Ligt komt van liggen: het boek ligt op tafel. Bij ligt hoor je de g als je het werkwoord zegt: liggen.